De Welsh

 
Oorsprong

De Welsh Springer Spaniël komt uit Wales, Groot-Brittannië. In de 19e eeuw fokte en jaagde de Williams van Ynys-Y-Gwyn familie uit de Neath vallei met de wit-rode Spaniel. In 1902 zorgde A.T. Williams ervoor dat het ras door de Britse Kennel Club erkend werd. Daarvoor werd het gezien als een variëteit van het eeuwenoude ras ‘Welsh Cocker’. Deze prachtige hond werd oorspronkelijk gefokt als hulp bij de jacht op waterwild.

 

Vandaag wordt de Welsh zowel voor jacht als show gebruikt, maar hij is bij uitstek een geschikte hond voor het opstoten van wild. Voor dit werk heeft men willige, intelligente en moedige honden voor nodig en over het algemeen voldoet de Welsh aan deze kwaliteiten.

Showbeschrijving

Page Title

 
Rasstandaard

Voor een Welsh Springer Spaniel staan er vijf hoofdzaken centraal. Ze zijn:

  • Symmetrisch

  • Compact

  • Niet langbenig

  • Duidelijk gebouwd op uithoudingsvermogen en zwaar werk

  • Snelle en actieve beweger, die een overvloed aan energie en stuwkracht toont

Karakter

Door zijn jachtinstincten is de Welsh Springer Spaniel een sterk en vrolijk ras. Ze zijn daarnaast heel actief en vragen veel beweging. Overigens zijn ze een zeer oud en een ras van zuivere oorsprong. De belangrijkste karaktereigenschap is dat ze vriendelijk van aard zijn, zonder enige vorm van agressiviteit of nervositeit.

Lichaam

  • Sterk en gespierd

  • De lengte van het lichaam is evenredig met de lengte van de benen

  • Gewicht: 16-21 kg

Schofthoogte

  • reuen: 48 cm (19 inches)

  • teven: 46 cm (18 inches)

Vacht

  • Sluik of glad; zijdeachtig en dik

  • nooit krullend of gegolfd

  • Dieprood en wit kleur

Gang-beweging

  • Vloeiend en krachtig

  • grote afstanden afleggend

  • Vanuit de achterhand voortstuwend

Hoofd en schedel

  • Schedel: middelmatige lengte, licht gewelfd met een uitgesproken stop, fijn besneden onder de ogen.

  • Voorsnuit is van middelmatige lengte, recht en tamelijk vierkant.

  • De neus is vleeskleurig of donker en de neusgaten zijn goed ontwikkeld.

Ogen

  • Hazelnootkleur of donkerbruin

  • Middelgroot, noch vooruitstekend, noch uitzakkend

  • Geen bindvlies tonend

Oren

  • Naar verhouding klein, steeds smaller wordend naar punt toe

  • Tamelijk laag aangezet en hangend langs de wangen

  • Enigszins de vorm van een druivenblad en weinig behaard

Gebit

  • Sterke kaken met een volmaakt, regelmatig en volledig schaargebit

  • de boven tanden vallen juist over de ondertanden en de tanden staan recht in de kaak.

Hals

  • Lang

  • gespierd

  • geen keelhuid

  • mooi gezet in schuin liggende schouders.

Voorhand

  • Voorbenen van middelmatige lengte

  • recht

  • stevige botten

Voeten

  • Rond met dikke zolen

  • Stevig en op een kattenvoet lijkend, niet te breed

Achterhand

  • Moet sterk, gespierd, wijd en goed ontwikkeld zijn

  • Achterbenen met stevige botten;

  • Kniegewricht wat hoekig, maar noch naar binnen, nog naar buiten draaiend

Staart

  • Lang aangezet, wordt nooit boven de ruglijn gedragen

  • Vertoont een levendige beweging

  • niet gecoupeerd

Opmerking

 

Elke afwijking van de vermelde punten wordt op een show als fout aanzien. De mate waarin de Welsh Springer Spaniel van de rasstandaard afwijkt, wordt in zijn geheel beoordeeld.

© 2016 - 2021 by BWSSF.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now